Taxiën met zo min mogelijk motoren aan

illu taxiën minimaal motoren

Vliegtuigen verplaatsen zich over het platform met zo min mogelijk motoren aan, zowel na landing als voor vertrek.

Piloten moeten na de landing en voor vertrek taxiën met zo weinig mogelijk motoren. Zo houden we de uitstoot van vliegtuigmotoren zo klein mogelijk. Dit kan alleen als het technisch en operationeel veilig is. Soms kan het niet, bijvoorbeeld door regels van de vliegtuigfabrikant of omdat het de werkdruk voor piloten te hoog maakt. Ook hebben motoren tijd nodig om op te warmen voor vertrek en af te koelen na de landing.

De piloot beslist altijd zelf wanneer motoren aan of uit gaan. We onderzoeken samen met luchtvaartmaatschappijen hoe we vaker met één motor minder kunnen taxiën. Veel luchtvaartmaatschappijen hebben daarnaast eigen programma’s om dit te stimuleren.