Wist je dat er op Schiphol allerlei bijzondere planten en dieren leven? Van kleine marterachtigen tot orchideeën die je niet overal in Nederland tegenkomt, zoals de bijenorchis. Biodiversiteit is belangrijk voor Schiphol. We willen de natuur op en rond de luchthaven versterken, omdat een gezond ecosysteem bijdraagt aan een betere leefomgeving. Tegelijk helpt de natuur ons ook bij een veilige operatie. Sommige diersoorten dragen er bijvoorbeeld aan bij dat we vogels op een natuurlijke manier weren van het luchthaventerrein. Dat is belangrijk voor de vliegveiligheid. We nemen je graag mee in wat voorbeelden!
Op Schiphol spelen de wezel, hermelijn en bunzing een belangrijke rol in de vliegveiligheid. Deze kleine marterachtigen jagen op muizen. En juist muizen trekken grote roofvogels aan, die een risico kunnen vormen voor het vliegverkeer. Door de muizenpopulatie op een natuurlijke manier laag te houden, maken marters het terrein minder aantrekkelijk voor vogels.
Ook de steenmarter wordt regelmatig op Schiphol aangetroffen. De aanwezigheid van deze dieren laat zien dat er op de luchthaven een gezond en gevarieerd ecosysteem bestaat. Schiphol helpt deze natuurlijke bondgenoten door takkenrillen te plaatsen. Daar vinden marters beschutting en een plek om te nestelen. Zo versterken we de lokale biodiversiteit én dragen we bij aan veilige starts en landingen.


Niet alle dieren op Schiphol helpen de natuur en de vliegveiligheid vooruit. De rode Amerikaanse rivierkreeft is een invasieve exoot en vormt juist een risico. Daarom zet Schiphol sinds 2023 beroepsvissers in om deze soort actief te bestrijden.
De rivierkreeften trekken grote vogels aan, zoals reigers, meeuwen en roofvogels. Zij zien de kreeften als een makkelijke voedselbron. Omdat juist deze vogels door hun omvang een verhoogd risico vormen op birdstrikes, wil Schiphol de aantrekkingskracht van het terrein verkleinen door de kreeften weg te vangen.
Ook in de watergangen richten de rivierkreeften schade aan. Ze knippen waterplanten kapot, woelen de bodem om en maken het water troebel. Daardoor gaat de waterkwaliteit achteruit. Daarnaast eten ze eieren van vissen en insecten, waardoor andere soorten minder kans krijgen. Zo raakt de biodiversiteit in en rond het water uit balans.
De kreeften verspreiden zich bovendien snel. Door deze exoot actief te bestrijden, beschermen we de lokale natuur én houden we de luchthaven veilig.

Op Schiphol leeft een grote populatie konijnen. Dat komt door de gunstige omstandigheden op het terrein: een zandige ondergrond voor goede drainage, uitgestrekte grasvelden en het actieve werk van Bird Control. Omdat Bird Control roofvogels verjaagt om de vliegveiligheid te waarborgen, hebben konijnen op de luchthaven minder natuurlijke vijanden. Toch vormen konijnen ook een risico voor de operatie. Ze trekken, ondanks het goede werk van Bird Control, wel roofvogels aan en hun graafgedrag kan schade veroorzaken aan de infrastructuur rond start- en landingsbanen. Daarom kijkt Schiphol naar een duurzamere aanpak.
In grote delen van Nederland gaat het slecht met het konijn, onder meer door de ziekte myxomatose. Het wilde konijn staat inmiddels op de Rode Lijst. Vooral in duingebieden zijn konijnen belangrijk, omdat hun graas- en graafgedrag helpt om de biodiversiteit daar in stand te houden. Het ecosysteem in de duinen is verstoord. Schiphol kan helpen om de natuur te herstellen hierin het verschil maken.
Door konijnen te vangen en lokaal uit te zetten in de duinen, werken we op een diervriendelijke manier aan vliegveiligheid én dragen we bij aan natuurherstel. Voordat de dieren worden verplaatst, krijgen ze een vaccinatie tegen myxomatose. Zo vergroten we hun kans op een goede start in hun nieuwe leefgebied. Natuurbeheer houdt in de gaten of de konijnen kunnen wennen in hun nieuwe leefgebied en of het ecosysteem weer in balans komt.

Tussen het asfalt, de gebouwen en de logistiek vind je op Schiphol ook verrassend veel bijzondere planten. Het luchthaventerrein is een onverwachte plek waar verschillende soorten tot bloei komen.
Een opvallend voorbeeld is de bijenorchis. Deze bijzondere orchidee groeit op Schiphol op meerdere plekken. In het park rond Schiphol Hoofdgebouw staan zelfs tientallen exemplaren tussen het gras en onder de berkenbomen. Ook andere orchideeën voelen zich thuis op de luchthaven. Zo groeit hier de moeraswespenorchis, een elegante soort die laat zien dat de poldergrond en het groenbeheer ruimte bieden aan bijzondere flora. Daarnaast komt ook de rietorchis op het terrein voor.
Deze kwetsbare planten laten zien dat Schiphol meer is dan infrastructuur voor vliegtuigen. Op onverwachte plekken ontstaat waardevolle natuur. En juist daar krijgt biodiversiteit de ruimte om te groeien.
De natuur op Schiphol is soms zichtbaar, soms verborgen maar altijd van waarde. Door goed te kijken naar wat er leeft en groeit op de luchthaven o.a. door het plaatsen van wildcamera’s, kunnen we biodiversiteit beschermen, de omgeving versterken en blijven werken aan een veilige luchthaven. Zo krijgt natuur ook op Schiphol de ruimte.