Schiphol wil een toelichting kunnen geven bij het hoger beroep tussen de Staat en de Stichting Recht op Bescherming tegen Vlieghinder (RBV). We hebben daarom om een zogenaamde ‘tussenkomst’ verzocht. Wat dat precies inhoudt en waarom we dat doen, lees je hier.
De rechter heeft in april uitspraak gedaan in een zaak die bewonersgroep RBV had aangespannen tegen de Staat. Volgens de uitspraak heeft die laatste de belangen van omwonenden van Schiphol de afgelopen jaren niet genoeg beschermd. De rechtbank gaf de Staat de opdracht binnen 12 maanden te zorgen voor wet- en regelgeving die wel voldoende rekening houdt met de belangen van omwonenden.
Het toenmalige kabinet ging in hoger beroep tegen de uitspraak. Schiphol is geen partij in deze zaak, maar de uitkomst ervan kan grote gevolgen hebben voor onze bedrijfsvoering. Zo stellen wij de capaciteit vast van het aantal vluchten dat we kunnen afhandelen en met welke vliegtuigtypen. Het is voor ons dan ook van doorslaggevend belang dat de uitkomst van het hoger beroep voor ons operationeel uitvoerbaar is.
We willen dus graag de mogelijkheid hebben onze kant van het verhaal toe te lichten. Daarom hebben we het gerechtshof om een zogenaamde ‘tussenkomst’ verzocht. Dit betekent dat we wel deelnemen aan de zaak, maar ons niet voegen bij één van de procederende partijen. Dat doen we bewust niet.
Wel geeft dit ons de kans toe te lichten aan welke voorwaarden de uitspraak volgens ons moet voldoen om te komen tot duidelijkheid, zekerheid en praktische uitvoerbaarheid voor alle betrokkenen. Daarnaast kunnen we feitelijke vragen over de luchthaven tijdens de procedure direct beantwoorden en zelf informatie aanleveren die voor de rechter relevant is om een beslissing te nemen.
We blijven groot belang hechten aan zekerheid en duidelijkheid voor zowel omwonenden en luchtvaartmaatschappijen als Schiphol zelf en onze medewerkers. We staan dan ook volledig achter het doel van de voorgenomen geluidsreductie die het nieuwe kabinet heeft neergelegd en vinden het cruciaal dat de daarvoor benodigde maatregelen worden vastgelegd in wetgeving. Zoals bijvoorbeeld de rechtsbescherming van omwonenden, die goed moet worden geregeld.