De start- en landingsbanen op Schiphol worden intensief gebruikt. Om ze in goede conditie te houden en te blijven voldoen aan de geldende veiligheidsnormen, is regelmatig onderhoud nodig. Wat dat precies inhoudt? Je leest het in deze blog.

Op Schiphol beschikken we over zes start- en landingsbanen. Jaarlijks gaat elk van deze banen ongeveer 1 à 1,5 week in onderhoud, we noemen dit normaal baanonderhoud. In deze periode voeren we allerlei kleine(re) werkzaamheden uit. Denk bijvoorbeeld aan het controleren en repareren van het asfalt, het schoonmaken of vervangen van lampen, het rubber van vliegtuigbanden verwijderen, kleine schades repareren, grasmaaien en onkruid verwijderen.
Daarnaast gaat er ieder jaar één baan voor een langere periode van meerdere weken in onderhoud. Tijdens dit zogenaamde groot onderhoud krijgt de baan een flinke opknapbeurt waarbij we meestal een aantal grote(re) werkzaamheden combineren. We leggen bijvoorbeeld een nieuwe laag asfalt, vervangen de verlichting, verbeteren de hemelwaterafvoer en vervangen en moderniseren kabels en elektrische installaties.
Naast het normaal en groot onderhoud zijn er kleine, korte onderhoudsactiviteiten die we ongeveer iedere 8 weken uitvoeren. Dit soort klein onderhoud doen we zes tot zeven keer per jaar aan iedere baan. Daarnaast zijn er andere werkzaamheden die nodig zijn om de banen te kunnen gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan bouwprojecten voor een nieuwe taxibaan of technische systemen zoals een baanstation.
Omdat de banen tijdens de werkzaamheden niet beschikbaar zijn om op te starten en landen, maakt het vliegverkeer tijdelijk meer gebruik van de andere banen. Dit afwijkend baangebruik kan voor omwonenden soms voor meer of soms juist voor minder hinder zorgen. We hebben daarom een jaarplanning gemaakt waarin je precies kunt zien welke baan wanneer in onderhoud is.


Je kunt je wellicht voorstellen dat we, als er sprake is van spoed, niet te lang kunnen wachten met de werkzaamheden. Dan kan het dus voorkomen dat een baan enkele uren niet beschikbaar is. Voordat we aan de slag gaan op de baan, kijken we altijd eerst of de weersomstandigheden en het verkeersaanbod het toelaten dat er een andere start- of landingsbaan wordt ingezet voor het vliegverkeer. Als het gunstiger is voor de omgeving om het onderhoud uit te stellen - en als de aard van de werkzaamheden dit toelaat - dan doen we dat. Omdat het afwijkend baangebruik voor hinder in de omgeving kan zorgen, proberen we de werkzaamheden zo snel en efficiënt mogelijk af te ronden.
