Blog  ·  26 augustus 2025

Belangrijke stap in scheiden vliegtuigafval

Thuis is het vrij makkelijk: je zet een paar verschillende bakken neer en in een handomdraai heb je je eigen afvalstation. Vliegtuigafval scheiden is echter een ingewikkelde klus. Daarom wordt het meeste verbrand. Zonde, menen Schiphol en Transavia. En deden samen een pilot om dit te doorbreken.

Daarom is afval scheiden aan boord zo ingewikkeld

Steeds meer luchtvaartmaatschappijen doen hun best om tijdens een vliegreis afval gescheiden in te zamelen, zodat het kan worden gerecycled of hergebruikt. Maar makkelijk is het niet. De ruimte in een vliegtuig is beperkt, maar het grootste struikelblok is wetgeving. Bij het verzamelpunt op Schiphol wordt restafval van EU-vluchten en niet EU-vluchten door elkaar afgeleverd. Dat de herkomst van een afvalzak niet duidelijk is, is voor de wet een groot probleem.

Herkomst doet er toe

Hoe zit dat? Europese wetgeving deelt restafval in categorieën in. Afval van buiten de EU valt in categorie 1 en wordt per definitie gezien als hoog risico afval. Het kan namelijk in contact zijn geweest met dierlijk afval, zoals kaas of vlees, dat niet aan de strenge EU-normen voldoet. Dit soort afval mag alleen gestort of verbrand. Dierlijk afval van een EU-land voldoet wel aan de strenge EU-normen. Daardoor valt restafval uit de EU in categorie 3, wat in principe gerecycled mag worden. Maar omdat het verzamelpunt afval van allerlei vluchten door elkaar krijgt aangeleverd, is de herkomst niet meer duidelijk en moet alles worden verbrand.

Heel veel vliegtuigafval kan worden hergebruikt in plaats van verbrand

Als je, zoals Schiphol, de ambitie hebt om in 2030 al je afval te recyclen of te hergebruiken en niets meer naar de verbranding wilt sturen, moet je hier wat op bedenken. Ook luchtvaartmaatschappijen, zoals Transavia, hebben ambities voor hergebruik en zoeken naar oplossingen. De grote hoeveelheid vliegtuigafval maakt het tackelen van het herkomstprobleem alleen maar urgenter. In 2024 verwerkte Schiphol 3.000 ton vliegtuigafval. Het grootste gedeelte hiervan gaat nu nog naar de verbranding, terwijl veel kan hergebruikt als je weet uit welk land het komt.

Taggen, registreren, identificeren en verwerken

De oplossing die Schiphol bedacht is eigenlijk heel eenvoudig. De crux zit in een RFID-tag, met privacy-bewuste technologie, zonder GPS of persoonlijke tracking. Elke afvalzak die van boord komt, krijgt van het schoonmaakbedrijf zo’n tag. Hierop is het vluchtnummer en de herkomst (EU of niet-EU) van de vlucht af te lezen. Als alle zakken bij het verzamelpunt van recycler Renewi zijn, worden ze geregistreerd en gewogen. Daarnaast worden de apart aangeleverde groene zakken, met recyclebare materialen zoals papier en blik, nagescheiden. Uniek is dat Renewi de luchtvaartmaatschappij de gegevens doorgeeft over de inhoud van de zakken. Deze data kunnen worden gebruikt om de eigen doelen voor hergebruik te halen, bijvoorbeeld door te kiezen voor assortiment met beter recyclebare verpakkingen.

Eerste praktijktest goed doorstaan

Afgelopen periode heeft Schiphol het nieuwe systeem voor het eerst in de praktijk getest, samen met afvalbedrijf Renewi, Transavia en schoonmaakbedrijf Klüh. Bij de pilot waren alleen de nachtvluchten van Transavia betrokken. In de nacht is het wat rustiger en was er meer tijd om het taggen in de vingers te krijgen. Er is vooral gekeken naar de impact van het taggen op het operationele proces want er mag door de extra handeling geen vertraging in het proces komen. Maar gelukkig is gebleken dat het taggen goed inpasbaar is. Ook zijn er tests uitgevoerd in samenwerking met schoonmaakbedrijf Asito waar meer luchtvaartmaatschappijen bij betrokken waren. Daardoor kregen we nog meer inzichten hoe het proces in de praktijk werkt en waar verbetering mogelijk is. Zo zetten we op Schiphol, samen met onze partners, weer een stap richting een zero waste luchthaven.

Schiphol deed de pilot met Transavia, recycler Renewi en schoonmaakbedrijf Klüh en Asito. De RFID-tag is ontwikkeld door softwareleverancier Mieloo & Alexander.