Bewoners Aanspreekpunt Schiphol: Invloeden op baangebruik

’s Nachts is er één startbaan en één landingsbaan in gebruik. Overdag worden er tijdens start- en landingspieken drie of zelfs vier banen ingezet. Welke dat zijn, is onder andere afhankelijk van weersomstandigheden, afspraken met de omgeving, drukte in de lucht en baanonderhoud.

Weersomstandigheden

De windrichting en -sterkte spelen een belangrijke rol bij beslissingen rond het baangebruik op Schiphol. Om de veiligheid van het vliegverkeer te waarborgen, moeten vliegtuigen namelijk zo veel mogelijk tegen de wind in landen en starten. Andere weersomstandigheden hebben ook invloed op de inzet van banen, zoals beperkt zicht, laaghangende bewolking, gladheid door winterse neerslag, buien in de omgeving van Schiphol of onweer. In die gevallen kunnen verkeersleiders besluiten andere start- en landingsbanen in te zetten.

Verkeersdrukte: start- en landingspieken

Elke dag zijn er op Schiphol start- en landingspieken. Tijdens deze drukkere periodes verwerkt Schiphol ruim 100 vluchten per uur. Daarvoor worden drie banen ingezet: twee startbanen en één landingsbaan, of twee landingsbanen en één startbaan. Het kan echter voorkomen dat start- en landingspieken elkaar overlappen. In dat geval mogen tijdelijk twee start- en twee landingsbanen tegelijk worden gebruikt.

Voorbeeld piekperiodes overdag



afbeelding-pieken

Verstoringen

De start- en landingsbanen op de luchthaven worden intensief gebruikt. Om ervoor te zorgen dat deze banen, de bijbehorende navigatiesystemen en andere infrastructuur in goede staat blijven, wordt er onder andere regelmatig onderhoud uitgevoerd. Denk aan baanverlichting vervangen, doormeten van de navigatieapparatuur of versleten asfalt opknappen.

Runway checks

Als een start- of landingsbaan zes uur of langer achtereen in gebruik is, wordt deze gecontroleerd. Tijdens die periode wordt een andere baan ingezet om het vliegverkeer op te vangen.