Bewoners Aanspreekpunt Schiphol: Naderingsroutes

In tegenstelling tot vertrekkend verkeer volgt naderend verkeer overdag geen vaste routes. Bij binnenkomen van het naderingsgebied van Schiphol wordt verkeer door de luchtverkeersleiding naar de landingsbaan geleid. Door koers-, snelheids- en hoogte-instructies aan de vliegers te geven, houden de verkeerleiders binnenkomend en uitgaand verkeer op veilige afstand. Daarnaast wordt de capaciteit van het luchtruim en de banen op de manier zo effectief mogelijk benut.

Naderingshoogte

In de nadering vanaf de ingangen van het naderingsgebied rond Schiphol daalt het vliegverkeer – afhankelijk van welke banen in gebruik zijn – tot een hoogte van ca. 600 of 900 meter. Op deze hoogte wordt het naderend verkeer uit verschillende richtingen in horizontale vlucht in elkaar geweven tot een ‘treintje’ voor de eindnadering naar de baan. ‘s Nachts worden er vaste routes gevolgd en daalt het verkeer geleidelijk, met als doel bij zo min mogelijk mensen hinder te veroorzaken.

Eindnadering

Eenmaal recht voor de baan wordt langs een glijpad met een daalhoek van 3 graden het eindnaderingstraject naar de baan ingezet. Daarmee is het vliegpad tijdens het laatste deel van de nadering voor vrijwel alle vliegtuigen gelijk. Er kunnen omstandigheden zijn waarin een vliegtuig de instructie krijgt om verkort in te draaien.

Spreiding over de regio

Tot aan de eindnadering vliegt het naderend vliegverkeer verspreid over de regio. Onderstaande figuur geeft een indruk van de vliegpaden van het naderend verkeer naar de Polderbaan (rode lijnen) en Zwanenburgbaan (blauwe lijnen) op een dag dat er op deze banen geland wordt. In grijs zijn de – veel meer geconcentreerde – vertrekroutes weergegeven.

landen-PB-ZBkopie